|
Missie
CDA Zundert moet een partij zijn die midden in de samenleving staat, oog en oor heeft voor wat er gebeurd en gepaste acties neemt om snel tot een verantwoord resultaat/besluit te komen dat de burgers aanspreekt. CDA Zundert wil een stabiele politieke factor zijn waarin de bevolking vertrouwen heeft. Ons Christen Democratisch gedachtegoed; de samenleving moet worden bestuurd op een rechtvaardige manier, waarbij de verantwoordelijkheid is gespreid, oog is voor het feit dat we straks deze wereld op een goede manier moeten overdragen aan onze kinderen en dat de sterkste schouders ook de zwaarste lasten moeten dragen.
Bestuur CDA Zundert
1. Moet een afspiegeling van de samenleving zijn. 2. Leden tenminste 4 jaar actief, maximaal 8 jaar. 3. Leidt de leden organisatie. 4. Stelt samen met de fractie de beleidsuitgangspunten vast; de fractie voert dat uit 5. Klankbord zijn voor de fractie en de lijnen bewaken. Verkiezingen 2010 Doelstellingen; 1. Daadkracht en Ambitie; Besturen is besluiten; een keer goed onderzoeken, daarna doen met alle realiteitszin die nodig is. 2. Willen de grootste en meest stabiele partij in 2010 worden. 3. We moeten de eerste zijn bij alle te ondernemen acties; steeds voorop lopen. 4. Breuk met het verleden; we willen vernieuwing en verandering; niet blijven hangen in het verleden; het gaat om de toekomst van onze gemeente. 5. Toekomstige fractieleden moeten de visie van het CDA Zundert onderschrijven en consequent uitdragen. We gaan uit van eigen kracht, niet van grijze compromissen. CDA moet een duidelijk profiel hebben en dat ook communiceren. 6. Meer betrokkenheid met wat leeft in de samenleving; wat zijn de (kleine) ergernissen van onze burgers.
Visie
Onze gemeente moet een samenleving zijn waarin leven, wonen en werken als echt goed wordt ervaren. Groei en ontwikkeling is er voor eigen mensen met een kleine plus, maar alles naar de maat en schaal van een plattelands gemeente. We moeten breken met ballast uit het verleden. Zundert is meer dan de moeite waard als je kijkt naar de organisaties en bedrijven die we hebben en het verenigingsleven. In veel gevallen frustreert het gemeentebestuur de samenleving door besluiteloosheid, gebrek aan daadkracht en terugvallen op wat ooit was. De gemeenteraad mag niet het lachertje van het dorp zijn. Mensen moeten trots kunnen zijn op alles wat er hier gebeurd.
Er is blijvend behoefte aan nieuwe gezichten, nieuwe ideeën en nieuwe initiatieven. De versnelling flink vooruit en niet onnodig op de rem. De termijn voor een raadslid of wethouder mag niet meer dan acht jaar zijn, bij hoge uitzondering twaalf. Training en scholing moeten een permanente rol spelen evenals contacten met maatschappelijke organisaties. Horen, zien en voelen, ook wat er gebeurd achter de schermen. Raadslid is een functie, die je gemakkelijk met een werktaak moet kunnen combineren, het mag geen te zware belasting in tijd gaan vormen, maximaal twee avonden per week is de maatstaf. Het huidige systeem van commissies levert onvoldoende toegevoegde waarde. We moeten zoeken naar een efficiënt systeem van vergaderen. Dat zou kunnen door twee gemeenteraadsvergaderingen ; de eerste opiniërend en de tweede besluitvormend. Raadsleden moeten voldoende tijd overhouden om onder de mensen te kunnen komen en deel uit te kunnen maken van het maatschappelijke leven. Als kweekvijver voor nieuw talent en voor een bredere oriëntatie van onze eigen raadsleden , hechten we veel waarde aan steunfracties. Bedoeld voor leden die willen meedenken en praten. Dualisme moet pragmatisch worden ingevuld; ook al is er een scheiding der machten, er is maar een doel waar in gezamenlijkheid aan wordt gewerkt. Nieuwe voorstellen moeten groeien naar gedragen besluiten, maar beter een besluit dan het probleem vooruitschuiven. Sturing door de raad kan alleen plaatsvinden op basis van een vooraf vastgeld beleidsplan met duidelijke doelen en termijnen. Doelen moeten SMART zijn (Specifiek,Meetbaar, Acceptabel,Realistisch en Tijdgebonden), toegevoegde waarde creëren en niet vrijblijvend zijn. Overschrijding van budgetten en termijnen moet vooraf vastgestelde consequenties hebben.
Wethouders moeten een binding hebben met onze gemeente en talent hebben om te plannen, organiseren, communiceren en resultaten halen.
Binnen de ambtelijke organisatie moet vooral geïnvesteerd worden in kwaliteit. Mensen moeten weten welke prestaties er van hun worden verwacht en de beloning moet ook in grote mate afhankelijk zijn van de prestaties die iemand levert. We moeten mensen hebben die zich verbonden voelen met de gemeenschap; een interim moet een uitzondering zijn en een parttimer tenminste voldoende aanwezig om alle ambities waar te kunnen maken. Voor de jaarlijkse evaluatie van de prestaties zou een commissie moeten worden benoemd bestaande uit de burgemeester, een wethouder en drie raadsleden.
Gemeenteraadsleden moeten ieder jaar naar hun eigen prestaties kijken en de resultaten vergelijken met het plan dat vooraf is vastgesteld. Dat kan in een aparte vergadering van de raad zelf. Beurtelings is een fractie voorzitter van dat beraad, de griffier legt de verbeterafspraken vast. Binnen onze eigen partij voert het bestuur functioneringsgesprekken met raadsleden en eventuele wethouders.
Binnen het college is de burgemeester verantwoordelijk voor de kwaliteit van het bestuur en moet daarop ook aan te spreken zijn. Besluiten moeten transparant zijn en ieder jaar kunnen worden geëvalueerd. Binnen het college zijn er 3 portefeuilles met een duidelijke taakafbakening ; Leven (welzijn), Wonen en Werken. Een taak mag niet worden opgesplitst om verwarring te voorkomen en vanwege efficiency. Verder is ieder collegelid verantwoordelijk voor een van de kerkdorpen. Dorps en wijkraden moeten we van onderop faciliteren. College voert structureel overleg met alle stakeholders over de voortgang van alle projecten en mogelijke nieuwe ontwikkelingen. Er moet maximaal gebruikt gemaakt worden van kennis, kunde en middelen van bij voorkeur regionale partners; als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen. Gemeentebestuur heeft een voorbeeldfunctie in maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid, partners worden mede op deze basis geselecteerd.
We willen ook streven naar bestuurlijke vernieuwing; intergemeentelijke samenwerking op het gebied van projecten en door uitwisseling van ambtelijke kennis die bij een andere gemeente al bestaat. Grotere projecten kunnen in een matrixorganisatie worden uitgevoerd. Dat geeft inbreng en kwaliteit op goed nivo. Middelen en capabele mensen kunnen zo efficiënt worden samengevoegd.
Er moet voldoende aandacht zijn voor kleine ergernissen, die de burger rechtstreeks raken.
Op alle fronten is een goede communicatie een voorwaarde.
-Leven is goed als er voldoende voorzieningen zijn, die ook in stand (kunnen) worden gehouden. Initiatieven komen bij voorkeur vanuit de samenleving zelf, gemeente helpt bij de infrastructuur en ondersteund de voorzieningen. Iedere voorziening moet een duidelijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van de samenleving. Financieringen en subsidies moeten ook afhankelijk worden gesteld van die bijdrage en de prestaties die een club of organisatie levert. Dat moet op basis van objectief meetbare resultaten (bijvoorbeeld de indicatoren van de WMO prestatievelden) en een periodiek onafhankelijk klant tevredenheids onderzoek. Duurzaamheid is een expliciete voorwaarde bij alle beslissingen die worden genomen.
-Wonen moet betaalbaar zijn en blijven, waarbij een accent moet worden gelegd bij de starters, die voldoende mogelijkheden moeten hebben om in onze gemeente te kunnen blijven wonen. Daar waar mogelijk kiezen we voor levensloopbestendig bouwen. Alle investeringen die we doen moeten van hoge kwaliteit zijn en tenminste de komende 25 jaar kunnen overleven. Voldoende ruimte om in en rondom je huis te kunnen leven is in alle opzichten een voorwaarde. Periodiek onderhoud van wegen, voet en fietspaden moet op continuïteitsbasis plaatsvinden. Woonwijken moeten vooral veilig zijn.
-Werken moet mogelijk blijven en gestimuleerd worden door samen met het bedrijfsleven te investeren in de totale infrastructuur. Scholing is daarbij een belangrijke basis; we moeten daarin investeren, maar wel met de voorwaarde dat scholen alleen de beste onderwijskrachten aantrekken en het gemiddelde voor alle leerlingen omhoog willen brengen, onze scholen moeten absoluut bij de beste horen. Samenwerking is daarbij een voorwaarde; opschaling moet de kwaliteit kunnen verbeteren. Bedrijvigheid start op zolders en in schuurtjes, dat moet ook worden gestimuleerd. Tegelijkertijd moeten ondernemers weten dat ze niet altijd op dezelfde plek kunnen doorgroeien. Voor de volgende fase moet er ruimte worden geboden. De agrarische sector blijft een belangrijke economische factor, waar mee in de ontwikkeling van beleid rekening moet worden gehouden.
Op alle fronten moeten keuzes worden gemaakt want de middelen zijn beperkt. Dat is ook niet erg als de basis voor die keuzes en het beleid transparant zijn en er helder en consequent wordt gecommuniceerd met alle belanghebbenden.
Willen is kunnen en niets is moeilijk voor hen die willen!
|